Termen
Alle belangrijke begrippen uit het materiaal op één plek. Test jezelf eerst met de trainer, of zoek een begrip op in de lijst eronder.
Oefen jezelf
Test jezelf: 57 kaartjes, telkens een term — weet jij wat hij betekent voordat je het kaartje omdraait?
Alle begrippen
- A posteriori
- Kennis is a posteriori als zij pas ná en dankzij de waarneming vaststaat: je moet de wereld in om haar te bevestigen of te verwerpen. Lees meer →
- A priori
- Kennis is a priori als je haar kunt hebben vóór en zonder waarneming: je stelt haar vast door te redeneren, niet door te meten. Lees meer →
- Aanvaardbaar
- Een van de vier spelregels: onderzoek is aanvaardbaar als het ethisch verantwoord is — eerlijk uitgevoerd, met toestemming, met respect voor privacy en zonder iemand te schaden. Lees meer →
- Analyse van tekst- of beeldmateriaal
- Een methode van gegevensverzameling waarbij je bestaand materiaal (artikelen, posts, reclames, foto’s, video’s) systematisch bestudeert met een analyseschema. Lees meer →
- Analytische uitspraak
- Een uitspraak die waar is op grond van de betekenis van de woorden zelf, zoals "alle vrijgezellen zijn ongetrouwd". Een van de twee tanden van de vork van Hume. Lees meer →
- Begripsrealisme
- De opvatting van Plato dat algemene begrippen — de volmaakte Ideeën — echt bestaan en los staan van de afzonderlijke dingen die je waarneemt. Lees meer →
- Beschrijvend onderzoek
- Onderzoek met als functie te beschrijven hoe iets is. Kan puur beschrijvend, vergelijkend, definiërend of evaluerend zijn. Lees meer →
- Betrouwbaar
- Een van de vier spelregels: onderzoek is betrouwbaar als het resultaat niet van toeval afhangt — wie het herhaalt, krijgt (ongeveer) hetzelfde resultaat. Lees meer →
- Bronvermelding
- Het vermelden waar informatie vandaan komt, bij alles wat je van een ander overneemt. Hoort bij de spelregel transparant. Lees meer →
- Cogito ergo sum
- "Ik denk, dus ik ben" — de enige zekerheid die overbleef toen Descartes aan alles twijfelde: wie twijfelt, moet bestaan om te kunnen twijfelen. Lees meer →
- Conclusie
- Het onderbouwde antwoord op je hoofdvraag; het eindresultaat van theoriegericht onderzoek. Lees meer →
- Controlegroep
- Een groep deelnemers die de "behandeling" die je onderzoekt níét krijgt, zodat je kunt vergelijken. Belangrijk hulpmiddel voor interne validiteit. Lees meer →
- Deelvraag
- Een kleinere vraag die helpt om de hoofdvraag te beantwoorden. Per deelvraag kies je een functie, soort en methode — zie de keuzedriehoek. Lees meer →
- Empirisme
- De opvatting dat alle kennis uiteindelijk uit zintuiglijke waarneming komt: zonder ervaring is er geen kennis. Lees meer →
- Enquête
- Een methode van gegevensverzameling waarbij je veel mensen dezelfde (neutrale, meestal gesloten) vragen stelt, zodat je de antwoorden kunt tellen en vergelijken. Lees meer →
- Experimenteel onderzoek
- Een soort onderzoek waarbij je zelf één variabele verandert en al het andere gelijk houdt, om het effect te meten. Sterk in het aantonen van oorzaak en gevolg. Lees meer →
- Externe validiteit
- De mate waarin je conclusie ook geldt buiten je onderzoek: voor andere mensen, situaties en momenten (ook wel generaliseerbaarheid). Lees meer →
- Grotallegorie
- Het beeld waarmee Plato laat zien hoe mensen, vastgeketend in een grot, alleen schaduwen zien en die voor de werkelijkheid houden — zoals wij onze waarneming voor de werkelijkheid houden. Lees meer →
- Hoofdvraag
- De centrale vraag van je onderzoek. Bij theoriegericht onderzoek is het een kennisvraag, bij ontwerpgericht onderzoek een ontwerpvraag. Lees meer →
- Hypothese
- Je verwachte antwoord op de hoofdvraag, opgesteld vóórdat je gegevens verzamelt. Centraal in verklarend-toetsend onderzoek — en een hypothese die niet klopt is óók een geldig resultaat. Lees meer →
- Idealisme
- De opvatting van Berkeley dat er geen stoffelijke wereld bestaat buiten de waarneming om: zijn is waargenomen worden. Lees meer →
- Inductieprobleem
- De vaststelling dat je uit nog zoveel losse waarnemingen nooit met zekerheid een algemene regel kunt afleiden. De filosofische kern van externe validiteit. Lees meer →
- Interne validiteit
- De mate waarin de uitkomst van je onderzoek echt komt door wat je onderzocht, en niet door een storende variabele. Lees meer →
- Intersubjectieve kennis
- Kennis die voor een grote groep gemeenschappelijk is doordat onafhankelijke waarnemers tot hetzelfde komen. Het doel van wetenschappelijk onderzoek. Lees meer →
- Interview
- Een methode van gegevensverzameling waarbij je met één of enkele personen dieper doorpraat over een onderwerp en kunt doorvragen naar het waarom. Lees meer →
- Kennisleer
- Kennisleer of epistemologie: het deel van de filosofie dat onderzoekt waar kennis vandaan komt en wanneer je iets écht mag weten. Lees meer →
- Kennisvraag
- Een hoofdvraag waarmee je iets te weten wilt komen: "Hoe zit het…?", "Welke invloed…?", "In hoeverre…?". Hoort bij theoriegericht onderzoek. Lees meer →
- Keuzedriehoek
- De drie keuzes die je per deelvraag maakt bij het opzetten van onderzoek: de functie, het soort onderzoek en de methode van gegevensverzameling. Lees meer →
- Kwalitatief onderzoek
- Onderzoek dat gegevens in woorden oplevert: meningen, ervaringen en verklaringen, meestal van een klein aantal mensen. Sterk in begrijpen waaróm iets zo is. Lees meer →
- Kwantitatief onderzoek
- Onderzoek dat gegevens in cijfers oplevert: aantallen, percentages en gemiddelden van een grote groep. Sterk in vergelijken en generaliseren. Lees meer →
- Literatuuronderzoek
- Een soort onderzoek (ook wel bronnenonderzoek) waarbij je bestaande bronnen zoekt, op betrouwbaarheid beoordeelt en met elkaar vergelijkt. Bijna elk onderzoek begint ermee. Lees meer →
- Monisme
- Spinoza’s opvatting dat er niet een god én een wereld én losse geesten bestaan, maar één enkele substantie waarvan alles een verschijningsvorm is. Lees meer →
- Nominalisme
- De opvatting dat de essentie niet los van de dingen bestaat: er zijn alleen afzonderlijke dingen, en algemene begrippen zijn de namen die wij daaraan geven. Lees meer →
- Objectieve kennis
- Kennis over het object zelf: over hoe iets is, los van wie ernaar kijkt. Let op: cijfers maken iets nog niet objectief. Lees meer →
- Observatieschema
- Een vooraf gemaakt schema waarin staat wát je gaat turven of noteren tijdens een observatie (wie, wat, waar, wanneer). Maakt je observatie gericht en herhaalbaar. Lees meer →
- Observeren
- Een methode van gegevensverzameling waarbij je gedrag of situaties bekijkt en turft, zonder er zelf iets aan te veranderen. Lees meer →
- Ontwerpgericht onderzoek
- Onderzoek waarbij je een product maakt dat een probleem oplost. Het resultaat is een werkend ontwerp dat je toetst aan vooraf opgestelde eisen. Lees meer →
- Ontwerpvraag
- Een hoofdvraag waarmee je iets wilt maken: "Hoe kan ik … ontwerpen/maken/ontwikkelen dat …?". Hoort bij ontwerpgericht onderzoek. Lees meer →
- Plagiaat
- Werk of ideeën van een ander presenteren alsof ze van jou zijn, zonder bronvermelding. Schendt de spelregels transparant en aanvaardbaar. Lees meer →
- Primaire en secundaire eigenschappen
- Locke’s onderscheid: primaire eigenschappen zitten in het voorwerp zelf (omvang, vorm, aantal, beweging), secundaire ontstaan pas in de waarnemer (kleur, geur, smaak, geluid). Lees meer →
- Prototype
- Een eerste, testbare versie van je ontwerp. Hoeft nog niet af of mooi te zijn — het gaat erom dat je ermee kunt testen of je oplossing werkt. Lees meer →
- Rationalisme
- De opvatting dat kennis uit ervaring onbetrouwbaar is en dat alleen het denken — de rede, zonder waarneming — betrouwbare kennis oplevert. Lees meer →
- Representatief
- Een groep deelnemers is representatief als die lijkt op de hele groep waarover je iets wilt zeggen. Belangrijk voor valide onderzoek en externe validiteit. Lees meer →
- Scepticisme
- De opvatting dat je niets voor 100% zeker kunt weten: elke bron van kennis kan je in principe bedriegen. Geen vrijbrief om alle onderzoek weg te wuiven. Lees meer →
- Storende variabele
- Een factor die je níét onderzoekt maar wel de uitkomst beïnvloedt, waardoor je niet weet waar het resultaat door komt. Bedreigt de interne validiteit. Lees meer →
- Subjectieve kennis
- Kennis die bepaald wordt door het oordeel van het subject. Niet waardeloos: kwalitatief onderzoek verzamelt juist doelbewust subjectieve gegevens. Lees meer →
- Syllogistiek
- De sluitredenering in drie stappen die Aristoteles ontwierp: alle mensen zijn sterfelijk; Socrates is een mens; dus Socrates is sterfelijk. Lees meer →
- Synthetische uitspraak
- Een uitspraak die pas waar of onwaar blijkt door waarneming, zoals "het regent vandaag". De tweede tand van de vork van Hume. Lees meer →
- Tabula rasa
- Locke’s beeld van de pasgeboren geest als onbeschreven blad: er zijn geen aangeboren ideeën, alles komt via de zintuigen binnen. Lees meer →
- Theoriegericht onderzoek
- Onderzoek waarbij je iets te weten wilt komen: hoe iets in elkaar zit, waarom iets gebeurt of wat het effect van iets is. Het resultaat is een onderbouwde conclusie. Lees meer →
- Transparant
- Een van de vier spelregels: onderzoek is transparant als een ander precies kan nagaan wat je hebt gedaan — methode beschreven, bronnen vermeld, gegevens zichtbaar. Lees meer →
- Valide
- Een van de vier spelregels: onderzoek is valide als je echt meet wat je wilt weten — passende methode, juiste groep, neutrale vragen en geen grotere conclusies dan je gegevens toelaten. Lees meer →
- Variabele
- Iets wat kan verschillen of veranderen in je onderzoek. Bij een experiment verander je zelf één variabele en houd je de rest gelijk; een variabele die je níét onderzoekt maar wel meespeelt, heet een storende variabele. Lees meer →
- Veldonderzoek
- Een soort onderzoek waarbij je gegevens verzamelt in de echte situatie, bijvoorbeeld door te observeren, enquêteren, interviewen of meten op locatie. Lees meer →
- Verklarend onderzoek
- Onderzoek met als functie te verklaren waaróm iets zo is. Kan explorerend zijn (mogelijke verklaringen opsporen) of toetsend (één hypothese gericht toetsen). Lees meer →
- Vooraf opgestelde eisen
- De lijst met eisen waaraan je ontwerp moet voldoen, opgesteld vóórdat je gaat ontwerpen. Aan het einde test je je ontwerp tegen deze eisen. Lees meer →
- Vork van Hume
- Hume’s indeling van alle zinvolle uitspraken in analytische (a priori) en synthetische (a posteriori). Wat in geen van beide vakken past, noemde hij onzin. Lees meer →