Valide
Onderzoek is valide als je gegevens echt gaan over de vraag die je wilt beantwoorden: je meet wat je wílt meten. Je kunt heel betrouwbaar (herhaalbaar!) het verkeerde meten — dan is je onderzoek alsnog waardeloos.
Zo maak je je onderzoek valide
- Kies een methode die bij je vraag past. Wil je weten hoeveel tijd leerlingen op hun telefoon zitten, kijk dan in de schermtijd-statistieken in plaats van te vragen "hoeveel denk je?" — mensen schatten dat notoir verkeerd.
- Ondervraag de juiste groep. Wil je iets weten over "scholieren", vraag dan niet alleen je eigen vriendengroep: die lijkt te veel op jou. Zorg voor een representatieve groep.
- Stel neutrale vragen. "Vind je ook niet dat er te veel huiswerk is?" stuurt het antwoord. "Hoeveel uur besteed je per week aan huiswerk?" niet.
- Trek geen grotere conclusie dan je gegevens toelaten. Heb je alleen 4-havo ondervraagd, dan gaat je conclusie over 4-havo — niet over "de jeugd".
Je wilt weten of leerlingen je nieuwe school-app handig vinden en telt hoe vaak de app gedownload is. Dat kun je perfect herhaalbaar meten — maar downloads zeggen niets over handig vinden. Misschien was de download verplicht. Je meet het verkeerde: niet valide.
Bij ontwerpgericht onderzoek betekent valide: toets je je prototype aan de eisen die je vooraf hebt opgesteld, en met de echte doelgroep. Is je spel bedoeld voor groep 8, dan bewijst een test met je klasgenoten van 16 weinig.
Je leest de schermtijd af uit de telefooninstellingen als je schermtijd wilt weten.
Je telt downloads om te weten of leerlingen de app handig vinden — je meet dan iets anders dan je wilt weten.
Rond 1900 veroverde het Duitse paard Kluge Hans ("Slimme Hans") de wereldpers: hij leek sommen te kunnen oplossen door het antwoord met zijn hoef te tikken. Een commissie van deskundigen onderzocht het paard en vond geen bedrog. Pas de psycholoog Oskar Pfungst ontdekte in 1907 wat er écht gemeten werd: zodra de vragensteller het antwoord zelf niet wist, of achter een scherm stond, kon Hans het opeens ook niet meer. Het paard rekende niet — het las de onbewuste lichaamstaal van de mensen om hem heen, die zich net iets ontspanden zodra hij bij het juiste aantal tikken kwam.
Wat je hiervan leert: de tests leken rekenvermogen te meten, maar maten iets heel anders. Vraag je bij elke meting af: meet ik echt wat ik dénk te meten?
Hangt samen met
- De vier spelregels samen — valide is een van de vier spelregels
- Interne validiteit en externe validiteit — de twee kanten van validiteit
- Betrouwbaar — herhaalbaar meten; samen met valide pas echt sterk