Literatuuronderzoek
Bij literatuuronderzoek (ook wel bronnenonderzoek) zoek je uit wat anderen al hebben onderzocht en geschreven: boeken, artikelen, websites, rapporten, statistieken. Je verzamelt bronnen, beoordeelt of ze te vertrouwen zijn en vergelijkt wat ze zeggen.
Voorbeelden
- Voordat je je slaap-experiment opzet, lees je wat er al bekend is over slaap en concentratie.
- Voor je ontwerpvraag zoek je op welke oplossingen anderen al bedacht hebben — en waarom die wel of niet werkten.
- Je vergelijkt cijfers van het CBS met wat een nieuwsartikel beweert.
Sterk en zwak
Sterk in: snel veel kennis opbouwen zonder alles zelf te hoeven meten. Bijna elk onderzoek begint met literatuuronderzoek: zo voorkom je dat je iets "ontdekt" wat allang bekend is, en kun je betere vragen en verwachtingen formuleren.
Let op: je conclusie is zo goed als je bronnen. Beoordeel elke bron kritisch: wie schreef dit, met welk doel, hoe oud is het, en zeggen andere bronnen hetzelfde? En wees transparant: alles wat je overneemt krijgt een bronvermelding.
Het eerste zoekresultaat overnemen is geen onderzoek. Literatuuronderzoek betekent: meerdere bronnen zoeken, ze op betrouwbaarheid beoordelen, ze met elkaar vergelijken en daar met bronvermelding je eigen conclusie uit trekken. Dat geldt ook voor antwoorden van een AI-chatbot: controleer die bij echte bronnen.
Drie onderzoeken over slaap en concentratie vergelijken en samenvatten, met bronvermelding.
Het eerste zoekresultaat (of een AI-antwoord) overnemen zonder te controleren — dat is googelen, geen onderzoek.
Hangt samen met
- Soorten onderzoek combineren — experiment, veld en literatuur naast elkaar
- Beschrijvend-definiërend — de functie waar literatuuronderzoek meestal bij hoort
- Analyse van tekst- of beeldmateriaal — de verwante methode voor het systematisch bestuderen van materiaal
- Transparant — bronvermelding als hart van deze soort
- Empirisme — je neemt hier de waarnemingen van anderen over; reden te meer om je bronnen kritisch te wegen