Welke methode kies je?
Het verband in één zin: observatieObserveren — Gedrag of situaties bekijken en turven, zonder er zelf iets aan te veranderen. Klik voor meer →, interviewInterview — Met één of enkele personen dieper doorpraten en doorvragen naar het waarom. Klik voor meer →, enquêteEnquête — Veel mensen dezelfde (neutrale, meestal gesloten) vragen stellen, zodat je antwoorden kunt tellen en vergelijken. Klik voor meer → en analyse van materiaalAnalyse van tekst- of beeldmateriaal — Bestaand materiaal (artikelen, posts, reclames, video’s) systematisch bestuderen met een analyseschema. Klik voor meer → beantwoorden elk een andere vraag — wil je gedrag zien, meningen horen of materiaal onderzoeken? — en welke je kiest, hangt af van wat je deelvraag nodig heeft.
De methoden naast elkaar
| Observatie | Interview | Enquête | Analyse van materiaal | |
|---|---|---|---|---|
| Je onderzoekt | Wat mensen doen | Waaróm mensen iets vinden of doen | Wat veel mensen vinden | Wat er al gemaakt is |
| Hulpmiddel | Observatieschema, turflijst | Vragenlijst met open vragen | Vragenlijst met gesloten vragen | Analyseschema, afgebakende bronnenset |
| Levert vooral op | Cijfers (turven) en notities | Woorden: verklaringen, citaten | Cijfers: percentages, gemiddelden | Beide: tellingen én duiding |
| Sterk in | Echt gedrag zien | De diepte in, doorvragen | Vergelijken en generaliseren | Grote hoeveelheden bestaand materiaal |
| Let op | Bekeken mensen gedragen zich anders | Kleine groep: voorzichtig concluderen | Sturende vragen; representativiteit | Doel en maker van het materiaal meewegen |
Combineren
- Interview eerst, dan enquête: ontdek in een paar gesprekken wélke onderwerpen spelen, en meet daarna met een enquête hoe breed elke mening gedeeld wordt.
- Enquête eerst, dan interview: zie je een opvallend enquêteresultaat, zoek dan met interviews uit waaróm.
- Observatie naast enquête: vergelijk wat mensen zeggen te doen met wat ze echt doen — het verschil is vaak zelf al een bevinding.
Oefenen: welke methode kies je?
Kies bij elke deelvraag de best passende methode:
1Hoeveel leerlingen dragen hun fietshelm daadwerkelijk op weg naar school?
2Hoe tevreden zijn alle bovenbouwleerlingen over het rooster?
3Waarom is de mediatheekmedewerker gestopt met de stilteregel?
4Hoe brengen de drie grootste jeugdjournaals klimaatnieuws in beeld?
5Welke route lopen bezoekers door de aula tijdens de open dag?
6Hoe hebben schoolkranten de afgelopen tien jaar over telefoongebruik geschreven?
Verder
Hoe je de methode combineert met functie en soort onderzoek, zie je in de keuzedriehoek.
Wil je scherper krijgen wat elke methode nu eigenlijk aan kennis oplevert? Dat doe je in de werkvorm Methoden door de kennisleer-bril.