De vork van Hume
Het verband in één zin: David Hume splitste alle zinvolle uitspraken in precies twee soorten — analytische (a priori, waar op grond van de woorden zelf) en synthetische (a posteriori, waar op grond van de waarneming) — en alles wat in geen van beide vakken past, noemde hij onzin.
Paste het empirisme strenger toe dan wie ook. Zijn vraag bij elke bewering: waar komt dit vandaan? Óf uit de betekenis van de begrippen, óf uit de ervaring — een derde bron is er niet.
De twee tanden van de vork
| Analytische uitspraak | Synthetische uitspraak | |
|---|---|---|
| Waar op grond van | De betekenis van de woorden | Hoe de wereld blijkt te zijn |
| Soort kennis | A priori | A posteriori |
| Ontkenning levert op | Een tegenspraak | Iets wat misschien onwaar is, maar niet onzinnig |
| Hoe controleer je het? | De begrippen uit elkaar halen | Gaan kijken, tellen of meten |
| Voorbeeld | Alle vrijgezellen zijn ongetrouwd | Het regent vandaag in Utrecht |
| Nieuwe informatie? | Nee, het zat al in de begrippen | Ja, dit kon je niet bedenken |
Let op de test met de ontkenning: die is het scherpst. "Er bestaat een getrouwde vrijgezel" is niet onwaar maar onmogelijk — de woorden spreken elkaar tegen. "Het regent vandaag niet in Utrecht" is prima voorstelbaar; of het klopt, moet je buiten even controleren.
En de derde categorie
Wat noch analytisch noch synthetisch is, valt bij Hume buiten de kennis: het is strikt genomen onzin, hoe diepzinnig het ook klinkt. Zijn advies aan de lezer is berucht: neem een willekeurig boek ter hand en vraag of het redeneringen over getallen bevat, of over feiten en waarneming. Zo niet — "geef het dan aan de vlammen, want het kan niets dan drogredenen en illusies bevatten". Daarmee sneuvelt in één klap een groot deel van de filosofie die vóór hem geschreven was.
Pas de vork eens op zichzelf toe. "Alle zinvolle uitspraken zijn analytisch of synthetisch" — is die uitspraak zelf analytisch? Nee, want er zit geen tegenspraak in de ontkenning. Synthetisch dan? Ook niet, want je kunt hem niet gaan waarnemen. Volgens zijn eigen maatstaf zou de vork dus onzin zijn. Filosofen discussiëren daar nog steeds over; het maakt het onderscheid van Hume niet nutteloos, maar wel minder absoluut dan het lijkt.
Wat dit met jouw onderzoek te maken heeft
Dit onderscheid is verrassend praktisch bij het opstellen van je deelvragen:
- Een definiërende deelvraag is analytisch werk: je legt vast wat je onder "gezond" of "nepnieuws" verstaat. Daar is geen meting voor nodig, wel zorgvuldig bronnenwerk.
- Een beschrijvende of verklarende deelvraag is synthetisch: die beantwoord je alleen door de wereld in te gaan.
En er zit een waarschuwing in. Als je hoofdvraag volledig analytisch is, hoef je geen onderzoek te doen — het antwoord volgt al uit de definities. "Is een ontwerpvraag gericht op het maken van een product?" is geen onderzoeksvraag maar een woordenboekvraag.
Oefenen: analytisch of synthetisch?
1Alle vrijgezellen zijn ongetrouwd.
2In deze klas zitten achtentwintig leerlingen.
3Een driehoek heeft drie hoeken.
4Water kookt op zeeniveau bij 100 graden Celsius.
5Een ontwerpvraag is gericht op het maken van een product.
662% van de leerlingen komt met de fiets naar school.