Soorten kennis naast elkaar
Het verband in één zin: objectiefObjectieve kennis — Kennis over het object zelf, onafhankelijk van wie ernaar kijkt. Klik voor meer →, subjectiefSubjectieve kennis — Kennis die bepaald wordt door het oordeel van het subject: de persoon die oordeelt. Klik voor meer → en intersubjectiefIntersubjectieve kennis — Wat onafhankelijke waarnemers los van elkaar vaststellen en waarover ze het eens worden. Klik voor meer → zijn geen rangorde van goed naar slecht, maar drie antwoorden op de vraag van wie deze kennis eigenlijk is — en onderzoek mikt op de derde.
De drie naast elkaar
| Objectief | Subjectief | Intersubjectief | |
|---|---|---|---|
| Van wie is de kennis? | Van het object | Van het subject | Van de groep waarnemers |
| Kernvraag | Hoe is het ding? | Wat vind ík ervan? | Waar worden we het samen over eens? |
| Verandert als je iemand anders vraagt? | Nee | Ja | Nee, mits onafhankelijk vastgesteld |
| Voorbeeld | De aula meet 240 m² | De aula is te druk | Drie tellers komen op hetzelfde aantal |
| Typisch in onderzoek | Meten en tellen | Interviews en open vragen | Herhaalde metingen, controleerbare methode |
| Valkuil | Cijfers zijn niet vanzelf objectief | Doen alsof je oordeel een feit is | Napraten is geen overeenstemming |
Waarom onderzoek op intersubjectiviteit mikt
Zuivere objectiviteit is voor een onderzoeker onbereikbaar: je kunt niet buiten je eigen waarneming stappen om te controleren of die klopt. Puur subjectieve kennis is dan weer niet overdraagbaar: als alleen jij het zo ziet, kan niemand er iets mee.
De uitweg is de middenweg: maak je werk zo controleerbaar dat anderen tot hetzelfde komen. Een goed observatieschema, een neutraal geformuleerde enquête en een transparant beschreven methode dienen allemaal dat ene doel. Wetenschappelijke kennis is geen kennis zonder mensen — het is kennis die de toets van andere mensen doorstaat.
Oefenen: welke soort kennis is dit?
1De gymzaal is 22 meter lang, nagemeten met een rolmaat.
2Ik vind de nieuwe schoolwebsite onoverzichtelijk.
3Drie onderzoekers bekijken los van elkaar dezelfde video en noteren met hetzelfde schema dezelfde gedragingen.
4Tweehonderd leerlingen geven de kantine gemiddeld een 5,8.
5De geluidsmeter in de aula gaf tijdens de pauze 78 decibel aan.
6Laboratoria over de hele wereld herhaalden het experiment en kwamen op dezelfde uitkomst.