Objectieve kennis
Objectieve kennis is kennis over het object zelf: over hoe iets is, los van wie ernaar kijkt. Wie de waarnemer ook is, de uitkomst verandert er niet door.
Voorbeelden
- De tafel in lokaal 12 is 180 centimeter lang.
- Er staan op dit moment 214 fietsen in de stalling.
- Water kookt op zeeniveau bij 100 graden Celsius.
Je herkent het patroon: een ander kan hetzelfde vaststellen met hetzelfde meetlint, dezelfde telling of dezelfde thermometer, en komt dan op hetzelfde uit.
Een getal maakt iets nog niet objectief. Als tweehonderd leerlingen de kantine een rapportcijfer geven, krijg je keurige getallen — maar elk van die cijfers is een oordeel en dus subjectief. Objectief gaat over de bron (het object), niet over de vorm (cijfers of woorden).
En andersom: "objectief" betekent ook niet automatisch "waar". Eeuwenlang hebben mensen objectief bedoelde uitspraken gedaan die later onjuist bleken.
De wachtrij bij de kassa was gemiddeld 4 minuten en 20 seconden — gemeten met een stopwatch.
De wachtrij bij de kassa is onacceptabel lang — dat is een oordeel, en oordelen zijn subjectief.
Hangt samen met
- Subjectieve kennis — de tegenhanger: bepaald door wie oordeelt
- Intersubjectieve kennis — waar onderzoek in de praktijk op mikt
- Valide — meet je werkelijk de eigenschap van het object die je wilt weten?