Ga naar hoofdinhoud

Hoe kom je aan kennis?

Het verband in één zin: de kennisleer stelt niet de vraag wát je weet maar hoe je het weet — en daarop geven ScepticismeScepticismeJe kunt niets voor honderd procent zeker weten. Klik voor meer →, RationalismeRationalismeErvaringskennis is onbetrouwbaar; alleen het denken levert betrouwbare kennis. Klik voor meer → en EmpirismeEmpirismeAlle kennis komt uiteindelijk uit zintuiglijke waarneming. Klik voor meer → drie verschillende antwoorden, die je alle drie terugziet zodra je zelf onderzoek gaat doen.

Kennisleer (of epistemologie) is het deel van de filosofie dat onderzoekt waar kennis vandaan komt en wanneer je iets écht mag "weten". Dat klinkt abstract, maar je doet er dagelijks aan mee: zodra je zegt "dat heb ik zelf gezien" of "dat volgt logisch uit wat je net zei", kies je een kant.

De drie posities naast elkaar

ScepticismeRationalismeEmpirisme
KernclaimJe kunt niets voor 100% zeker wetenAlleen het denken levert betrouwbare kennisAlle kennis komt uit de zintuigen
Bron van kennisGeen enkele bron is waterdichtDe rede, zonder waarnemingZien, horen, meten, ervaren
Typische uitspraak"Hoe weet je dat zo zeker?""Dat volgt uit de definitie.""Ik heb het geteld."
Bekende denkersDescartes (als methode)Plato, Descartes, Spinoza, ChomskyAristoteles, Locke, Berkeley, Hume
Zwakke plekDreigt in "niemand weet iets" te eindigenZonder waarneming raak je los van de wereldHet inductieprobleem

Wat dit met jouw onderzoek te maken heeft

Deze eeuwenoude ruzie zit ingebakken in de manier waarop je zelf onderzoek doet:

  • Het empirisme zit in al je veldonderzoek: je gaat kijken, tellen en vragen, omdat je gelooft dat waarneming je iets leert.
  • Het rationalisme zit in je denkwerk vooraf: je deelvragen afbakenen, begrippen definiëren en logisch redeneren van deelvraag naar conclusie doe je zónder te meten.
  • Het scepticisme zit in de vier spelregels: juist omdát je nooit 100% zekerheid bereikt, moet je onderzoek betrouwbaar, valide, transparant en aanvaardbaar zijn. Die regels zijn het antwoord op de twijfel, niet de ontkenning ervan.
Wat je in dit hoofdstuk vindt

Na dit overzicht komen eerst twee stukken gereedschap: het verschil tussen kennis vooraf en achteraf, samengevat in de vork van Hume, en de soorten kennis waarmee je in je eigen onderzoek werkt. Daarna gaan de drie posities hierboven de diepte in, volgt het inductieprobleem als grens van alle waarneming, en sluit het hoofdstuk af met een pagina per denker.

Oefenen: welke positie spreekt hier?

1Je kunt pas iets over de fietsenstalling zeggen als je er zelf bent gaan tellen.

2Dat de hoeken van een driehoek samen 180 graden zijn, hoef je niet na te meten: dat volgt uit de wiskunde.

3Ook na tachtig metingen blijft mogelijk dat de eenentachtigste anders uitpakt; zeker weten doe je het nooit.

4Onze zintuigen bedriegen ons voortdurend — alleen wat je met zuiver redeneren afleidt, staat vast.

5Een kind wordt geboren als een onbeschreven blad; alles wat het later weet, is via ervaring binnengekomen.

6Ook de best onderbouwde theorie kan morgen sneuvelen; je kunt haar hooguit voorlopig aannemen.

Aan de slag

De kennisleer blijft abstract zolang je hem niet op je eigen werk loslaat. In de werkvorm Methoden door de kennisleer-bril leg je elke onderzoeksmethode langs de begrippen van dit hoofdstuk.