A priori
Kennis is a priori als je haar kunt hebben vóór en zonder waarneming: je stelt haar vast door te redeneren, niet door te meten. De uitdrukking is Latijn voor "van wat eraan voorafgaat".
Voorbeelden
- Geen enkele vrijgezel is getrouwd.
- 7 + 5 = 12.
- Een driehoek heeft drie hoeken.
- Als alle mensen sterfelijk zijn en Socrates een mens is, dan is Socrates sterfelijk.
Om deze uitspraken te controleren hoef je de deur niet uit. Je hoeft geen vrijgezellen te ondervragen en geen driehoeken op te meten: wie de begrippen begrijpt, ziet meteen dat het klopt — en dat het overal en altijd klopt.
Dit is het soort kennis waar rationalisten hun vertrouwen op bouwen. Voor Plato was het zelfs de enige echte kennis.
Een hypothese bedenk je ook vooraf, maar die is niet a priori: je moet hem juist toetsen aan de werkelijkheid, en hij kan sneuvelen. A priori-kennis kán niet sneuvelen op een meting, omdat er geen meting aan te pas komt.
‘Een gesloten vraag met twee onderwerpen tegelijk levert geen eenduidig antwoord op’ — dat zie je in aan de vorm van de vraag.
‘Leerlingen vinden de kantine te duur’ — dat klinkt misschien logisch, maar het valt of staat met wat de leerlingen antwoorden.
Hangt samen met
- A posteriori — de tegenhanger: kennis die pas ná waarneming vaststaat
- De vork van Hume — waar a priori samenvalt met analytische uitspraken
- Rationalisme — de stroming die deze kennis vooropstelt