Ga naar hoofdinhoud

Kwalitatief vs. kwantitatief

Het verband in één zin: kwantitatief onderzoekKwantitatief onderzoekGegevens in cijfers: aantallen, percentages en gemiddelden. Sterk in vergelijken en generaliseren. Klik voor meer → levert cijfers en beantwoordt hoeveel, kwalitatief onderzoekKwalitatief onderzoekGegevens in woorden: meningen, ervaringen en verklaringen. Sterk in begrijpen waaróm iets zo is. Klik voor meer → levert woorden en beantwoordt waarom — en omdat elk de zwakte van de ander opvangt, zijn ze samen het sterkst.

Ezelsbruggetje: kwantitatief telt, kwalitatief vertelt.

Naast elkaar

KwantitatiefKwalitatief
Soort gegevensCijfers: aantallen, percentages, gemiddeldenWoorden: meningen, ervaringen, verklaringen
KernvraagHoeveel? Hoe vaak? Hoe groot?Waarom? Hoe ervaren mensen het?
Aantal deelnemersVeel (tientallen of meer)Weinig (een handvol), maar diepgaand
Typische methodenEnquête met gesloten vragen, tellen, metenInterview, open vragen, observeren met aantekeningen
ResultaatTabellen, grafieken, percentagesCitaten, thema’s, verhalen
Sterk inVergelijken en generaliserenBegrijpen en verklaren
Let opZegt niet waaromGeneraliseert slecht
Niet hetzelfde als soorten onderzoek

Kwalitatief/kwantitatief zegt iets over je gegevens, niet over de plek waar je ze verzamelt. Veldonderzoek kan allebei zijn: een enquête met gesloten vragen is kwantitatief veldonderzoek, een interview is kwalitatief veldonderzoek.

Sterkste combinatie: eerst begrijpen, dan tellen (of andersom)

  • Kwalitatief eerst, dan kwantitatief. Interview eerst vijf leerlingen over de kantine. De klachten die je hoort verwerk je daarna in een enquête voor tweehonderd leerlingen: nu weet je óók hoe breed elke klacht gedeeld wordt.
  • Kwantitatief eerst, dan kwalitatief. Uit je enquête blijkt dat 60% van de brugklassers de app niet gebruikt. Waarom niet? Dat zoek je uit met een paar interviews.

Zo dekt je onderzoek beide kernvragen af: hoeveel én waarom.

Oefenen: kwalitatief of kwantitatief?

Bepaal van elke aanpak of die vooral kwantitatief of kwalitatief is:

1Je telt per lesuur hoeveel leerlingen te laat komen.

2Je interviewt drie leerlingen die vaak te laat komen over hun ochtend.

3Je enquête vraagt: "Geef de kantine een cijfer van 1 tot 10."

4Je enquête vraagt: "Beschrijf wat je zou veranderen aan de kantine."

5Je meet de wachttijd bij de kassa op tien momenten.

6Je kijkt mee met vier testers van je website en noteert waar ze vastlopen en wat ze daarbij zeggen.